De natuurgeneeskunde is een autonome geneeskunde die werkt vanuit een aantal belangrijke basisprincipes die terug gaan tot Hippocrates nl:

•  Behandel de zieke in plaats van de ziekte.

•  Stimuleer de zelfgenezende kracht die in ieder mens aanwezig is.

•  Individualiseer de ziekte, en maak gebruik van natuurlijke middelen en de multitherapeutische aanpak met de risico-arme therapieën.

•  Rekening houden met de constitutie ( lichamelijke gesteldheid ), het temperament ( persoonlijkheid ), de dispositie ( aanleg voor een ziekte ) en de expositie ( omgevingsfactoren ).

 

Het is een geneeswijze die ervan uit gaat dat de mens een deel is van de natuur, “afhankelijk” van zijn omgeving en “onderworpen” aan natuurwetten.  Zoals het milieu vervuilt raakt door het niet respecteren van deze natuurwetten, zo raakt ook het menselijk lichaam vervuild en verzuurd. Het natuurlijk evenwicht raakt verstoord en men wordt ziek. Een groot aantal ziekten ontstaan ten gevolge van persoonlijke fouten. Die hebben meestal te maken met voeding, levenswijze en gemoedsgesteldheid. Het is vooral deze oorzaak, waar de cliënt zo nauw bij betrokken is. In de natuurgeneeskunde speelt ook het beroepsleven, het gezin, stress, sociale druk, verkeer, de kleding, de woning, elektrosmog, de geopatische belastingen en een aantal andere factoren een rol. Zij worden aangeduid met het begrip “expositie” of omgevingsfactoren. En tenslotte de erfelijke belastingen niet te vergeten.

 

Een natuurgeneeskundig therapeut probeert dit verstoord evenwicht zo optimaal mogelijk te herstellen door o.a. bovenbeschreven basisprincipes in te zetten. Vanuit deze holistische benadering kijkt de therapeut zowel naar lichamelijke als naar geestelijke, emotionele en sociale aspecten.